All posts in Nieuws voor de Zelfstandige Zonder Personeel

Een balansschuld omzetbelasting per einde boekjaar kan tot een naheffingsaanslag omzetbelasting over dat boekjaar ter hoogte van die balansschuld leiden. Alleen een geslaagd beroep op opgewekt vertrouwen kan dit dan voorkomen.

Een vennootschap onder firma (vof) heeft een onderneming voornamelijk bestaande uit de handel in exclusieve gebruikte en nieuwe horloges. De vof koopt de horloges in van ondernemers en particulieren op voornamelijk beurzen in binnen- en buitenland. Daarnaast koopt de vof horloges rechtstreeks in bij ondernemers in Spanje. Na een onderzoek van de Belastingdienst is gebleken dat de vof horloges met Spaanse btw heeft ingekocht in Spanje en in Nederland met de margeregeling heeft verkocht. Dat is niet toegestaan. Begin 2017 heeft de vof met de Belastingdienst een vaststellingsovereenkomst gesloten over de fiscale gevolgen van het boekenonderzoek voor de jaren 2011 tot en met 2015 met betrekking tot de margeregeling. Uit de aangifte IB/PVV 2017 van een firmant blijkt dat er een balansschuld omzetbelasting van € 23.355 is. De Belastingdienst heeft daarom een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd.

Balansschuld btw is gelijk aan het bedrag van naheffingsaanslag

Bij rechtbank Gelderland is in geschil of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag is opgelegd op basis van de balansschuld omzetbelasting over 2016, die is opgenomen bij de aangifte IB/PVV 2017 van een van de firmanten. Als de balansschuld juist is, is de naheffingsaanslag ook correct. De firmanten zijn akkoord gegaan met de balansschuld omzetbelasting van eind 2016. Dus de naheffingsaanslag is correct.

Geen opgewekt vertrouwen

Wel geeft de firmant aan dat die dacht dat de balansschuld 2016 ook zou worden afgeboekt net als de schuld van 2015. Dit staat echter niet in de vaststellingsovereenkomst. De firmant kan ook geen beroep doen op opgewekt vertrouwen. De vaststellingsovereenkomst is duidelijk en er is geen enkel ander stuk waaruit zou blijken dat de inspecteur zichzelf heeft verplicht om ook 2016 in de afspraak mee te nemen. Uitlatingen van de adviseur kan de inspecteur ook niet binden.

Mogelijk faillissement van de vof niet relevant

De firmant heeft nog aangegeven dat deze naheffingsaanslag het einde van de vof zou kunnen betekenen. Daarom heeft de rechtbank extra goed gekeken naar mogelijkheden om de aanslag te kunnen verminderen, maar die mogelijkheden heeft de rechtbank niet kunnen vinden. De vof kan eventueel een betalingsregeling met de ontvanger treffen. De naheffingsaanslag is terecht opgelegd.

(Bron: Taxence)

De voorlopige percentages die ten grondslag liggen aan de vaststelling van het fictieve rendement van je vermogen voor de berekening van jouw voorlopige belastingaanslag 2024 zijn bekendgemaakt. Ook zijn de cijfers over de arbeidskorting en het eigenwoningforfait gepubliceerd.

BOX 3: DE PERCENTAGES

Het box-3-vermogen wordt onderverdeeld in drie categorieën met ieder een eigen fictief forfaitair rendement te weten banktegoeden, schulden en overige bezittingen.

Voor de overige bezittingen, zoals aandelen en een tweede woning, is voor 2024 al een definitief percentage bekend, namelijk 6,04%.

Voor de andere twee categorieën zijn voorlopige percentages vastgesteld om het fictieve rendement voor 2024 te bepalen, te weten:

  • voor banktegoeden 1,03%; 
  • voor schulden 2,47%. 

Bovengenoemde percentages zullen worden toegepast bij het opleggen van de voorlopige aanslagen inkomstenbelasting voor 2024.

Let op! Voor het opleggen van de definitieve aanslagen wordt uitgegaan van de definitieve percentages. Deze zijn dus voor banktegoeden en schulden nog niet bekend.

Arbeidskorting

De bedragen met betrekking tot de arbeidskorting zijn gebaseerd op de zogenaamde tabelcorrectiefactor en de ontwikkeling van het wettelijk minimumloon. 

  • De tabelcorrectiefactor is vastgesteld op 9,4941%. Deze zou oorspronkelijk 9,9% bedragen, maar is verminderd om geld vrij te maken voor het extra verhogen van de kinderbijslag. 
  • De hoogte van de arbeidskorting is afhankelijk van de hoogte van het arbeidsinkomen en verschilt dus per belastingplichtige. Het maximum stijgt in 2024 van € 5.052 naar € 5.532.

Eigenwoningforfait

Eigenaren van een woning moeten jaarlijks een bedrag bij het inkomen optellen, het zogenaamde eigenwoningforfait. Dit forfait kan jaarlijks worden aangepast op basis van de gestegen huurprijzen en prijzen van koopwoningen. Voor 2024 leidt dit tot een ongewijzigd forfait van 0,35%.

(Bron: De Jong & Laan)

Als starter op de woningmarkt heb je, onder voorwaarden, recht op vrijstelling van de overdrachtsbelasting bij aankoop van een woning. De waarde van de woning moet dan wel onder een bepaald bedrag blijven. Dit bedrag is per 1 januari 2024 verhoogd naar € 510.000.

STARTERSVRIJSTELLING

Om een beroep te kunnen doen op de startersvrijstelling van de overdrachtsbelasting moet de koper van de woning op het moment van levering bij de notaris tussen de 18 en 35 jaar oud zijn. Een andere voorwaarde is dat de koper de woning zelf voor langere tijd gaat bewonen. De koper moet dit ook verklaren bij de notaris.

Let op! Elke koper kan maar één keer gebruikmaken van de vrijstelling. Deed een koper al eerder een beroep op de vrijstelling, dan kan dat niet nog een keer. Ook niet als de koper op dat moment nog geen 35 jaar oud is.

Datum levering bij notaris bepalend

Voor de vrijstelling is de datum van levering van de woning bij de notaris bepalend. Op dat moment moet aan alle voorwaarden voor de vrijstelling voldaan zijn. Kocht je daarom in 2023 een woning met een waarde van bijvoorbeeld € 480.000? Dan is de vrijstelling overdrachtsbelasting niet van toepassing als de levering bij de notaris ook in 2023 plaatsvond, maar wel als de levering bij de notaris in 2024 plaatsvindt. Uiteraard moet dan wel aan alle ander voorwaarden van de startersvrijstelling zijn voldaan.

(Bron: De Jong & Laan)

Misschien wil je ook dit jaar weer aan jouw kinderen of anderen een geldbedrag schenken. Natuurlijk doe je dit het liefst belastingvrij. De speciale vrijgestelde schenking ten behoeve van de aankoop van een eigen woning is vanaf 2024 niet meer mogelijk. Wat zijn dan de mogelijkheden?

Schenken aan kinderen

De meeste vrijstellingen bestaan voor schenkingen aan jouw kinderen. In 2024 kun je hun belastingvrij 6.633 euro schenken. Aan een kind tussen de 18 en 40 jaar mag je eenmalig een vrij te besteden bedrag van 31.813 euro chenken. Ook op de 40ste verjaardag geldt deze vrijstelling. Schenk je dit verhoogde bedrag, dan komt in dat jaar de normale vrijstelling van 6.633 euro te vervallen.

Dure studie

In plaats van de vrij te besteden verhoogde schenkvrijstelling, mag je de verhoogde schenkvrijstelling ook benutten voor een schenking ten behoeve van een dure studie. Deze vrijstelling ligt hoger en bedraagt 66.268 euro. Deze vrijstelling geldt ook nu weer alleen voor een kind tussen 18 en 40 jaar, inclusief de 40ste verjaardag.

Ondernemingsvermogen

Als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, geldt er ook een vrijstelling voor het ondernemingsvermogen. Deze is in 2024 1.325.253 euro Is de onderneming meer waard dan dit bedrag, dan is nu nog 25 procent vrijgesteld.  De vrijstelling wordt echter aangepast.

Schenkingen aan derden

Voor een schenking aan een derde geldt in 2024 een vrijstelling van 2.658 euro. Deze vrijstelling geldt dus bijvoorbeeld voor een schenking aan een kleinkind, neef of vriendin.

Ontvanger betaalt

Bij een schenking betaalt de ontvanger ervan de schenkbelasting. Je kunt er als schenker ook voor kiezen zelf de schenkbelasting te betalen, maar houd er dan rekening mee dat dit ook als schenking wordt gezien. Per saldo kun je dan dus minder schenken dan de belastingvrije bedragen.

Schenk je meer dan de vrijstelling?

Schenk je meer dan de genoemde bedragen, dan betalen jouw kinderen 10 procent belasting over een bedrag tot 152.368 euro. Vanaf dit bedrag is het tarief 20 procent over het meerdere. Voor kleinkinderen zijn de tarieven 18 procent tot 152.368 euro en 36 procent vanaf dit bedrag. Voor willekeurige derden is het tarief 30 procent tot 152.368 euro en 40 procent vanaf dit bedrag.

Voorbeeld

Je schenkt eind januari 2024 aan een kind met de eenmalig verhoogde vrijstelling 200.000 euro. De eerste 31.813 euro is dus belastingvrij. Vervolgens dient over de volgende 152.368 euro 10 procent belasting betaald te worden en over de laatste 15.819 euro 20 procent. Er dient dus 15.236,80 euro + 3.163,80 euro = 18.400,60 euro aan schenkbelasting te worden afgedragen.

(Bron: Alfa)

De afgelopen jaren veranderde er veel op het gebied van de verlofrechten rondom de geboorte van een kind, zowel voor de zwangere werkneemster als haar partner. Wat zijn de rechten van uw werknemers en wat betekent dit voor u?

Zwangerschaps- en bevallingsverlof

De zwangere werkneemster heeft recht op totaal zestien weken doorbetaald verlof. Voorafgaand aan de bevalling is dit vier tot zes weken en – afhankelijk van het aantal weken dat voor de bevalling is opgenomen – heeft de zwangere werkneemster na de bevalling nog tien tot twaalf weken verlof, uitkomende op een totaal van zestien weken. Dit verlof wordt volledig doorbetaald door de werkgever met een compensatie van UWV.

Bevallingsverlof partner

Op de dag of dagen van de bevalling heeft de partner recht op calamiteitenverlof. Dit verlof wordt volledig doorbetaald door de werkgever van de partner.

Geboorteverlof

De partner heeft na de geboorte recht op geboorteverlof van eenmaal de wekelijkse arbeidsduur. Dit verlof moet hij of zij binnen vier weken na de geboorte opnemen. Dit verlof wordt volledig doorbetaald door de werkgever.

Aanvullend geboorteverlof

Na het opnemen van het geboorteverlof, heeft de partner nog recht op maximaal vijf weken aanvullend geboorteverlof. Dit verlof moet hij of zij binnen zes maanden na de geboorte opnemen. Dit verlof wordt voor zeventig procent van het loon (beperkt tot het maximum dagloon) doorbetaald door UWV.

Betaald ouderschapsverlof

Met ingang van 2 augustus 2022 hebben (beide) ouders recht op negen weken betaald ouderschapsverlof. Ouders hebben dan recht op een uitkering van UWV ter hoogte van zeventig procent van hun dagloon (tot maximaal zeventig procent van het maximum dagloon). Voorwaarde is dat de ouders deze negen weken opnemen in het eerste levensjaar van het kind.

Onbetaald ouderschapsverlof

Naast het betaald ouderschapsverlof, heeft de werknemer ook nog recht op zeventien weken onbetaald ouderschapsverlof. Deze zeventien weken mogen worden opgenomen nadat de negen weken betaald ouderschapsverlof zijn opgenomen, maar voor de achtste verjaardag van het kind.

Informeren werknemers

Informeer uw werknemers goed over de verschillende verlofvormen rondom de geboorte van een kind. U kunt uw werknemers ook vragen tijdig de verlofaanvraag in te dienen, zodat u niet met onverwachte situaties te maken krijgt.

Verdere gevolgen van de nieuwe verlofvormen

Deze nieuwe verlofvormen hebben niet alleen gevolgen voor werknemers, maar ook voor werkgevers vanwege de lagere bezetting op de werkvloer. Om daarop vooruit te plannen, is het goed om tijdig het overleg met uw werknemers aan te gaan over zijn of haar plannen voor verlof. De manier waarop vervolgens de verwerking van het salaris en de aanvraag voor de uitkering/tegemoetkoming bij UWV gedaan moet worden, verdient zeker de eerste keren uw volle aandacht.  

(Bron: ABAB)

De Belastingdienst heeft onlangs een nieuwe modelovereenkomst voor zzp’ers in de bouw gepubliceerd. Dit is gebeurd op initiatief van de brancheorganisatie Bouwend Nederland. De nieuwe modelovereenkomst bevat een belangrijke wijziging ten opzichte van de vorige. Als er sprake is van een situatie waarbij de opdrachtnemer het aangenomen werk weer uitbesteedt aan een ander, dan dient er tussen deze twee partijen een nieuwe modelovereenkomst te worden afgesloten.

Modelovereenkomst

Opdrachtgevers kunnen een modelovereenkomst gebruiken om zekerheid te verkrijgen over de vraag of er sprake is van een dienstbetrekking bij het inhuren van een opdrachtnemer. 

Via de modelovereenkomst kan een dienstbetrekking worden uitgesloten. Dit betekent dat de opdrachtgever dan geen loonheffing en premies werknemersverzekeringen hoeft in te houden. De modelovereenkomst betekent echter niet automatisch dat de opdrachtnemer fiscaal gezien als ondernemer wordt aangemerkt.

Let op! Opdrachtgever en -nemer moeten de modelovereenkomst beiden ondertekenen en de werkzaamheden moeten ook conform de afspraken in de modelovereenkomst worden uitgevoerd.

Tip! Bekijk de nieuwe modelovereenkomst zelfstandigen bouw.

(Bron: De Jong en Laan)

In 2023 mag u als werkgever uw werknemers nog een onbelaste reiskostenvergoeding van maximaal 21 eurocent per zakelijke kilometer (inclusief woon-werkverkeer) geven. Dit bedrag wordt – als het wetsvoorstel ook door de Eerste Kamer wordt aangenomen – vanaf 2024 verhoogd naar 23 eurocent per kilometer. Hebt u in uw overeenkomsten het bedrag zelf opgenomen in plaats van een verwijzing naar het fiscale maximum en wilt u wel tot dat maximum onbelast vergoeden? Pas dan de overeenkomst aan en vermeld het nieuwe bedrag.  

Verhoog gewone reiskostenvergoeding ook in overeenkomsten

Tip: Bent u ondernemer of resultaatgenieter? En rijdt u voor uw werk in een privévervoermiddel? Dan mag u voor elke zakelijke kilometer die u met uw eigen auto, motor of fiets maakt 23 eurocent in aftrek brengen op uw resultaat. De verhoging van 21 naar 23 eurocent geldt namelijk ook voor de inkomstenbelasting.  

Onbelaste terbeschikkingstelling, vergoeding en verstrekking van ov-kaarten vanaf 2024

U kunt in 2023 al abonnementen voor openbaar vervoer (ov) of voordeelurenkaarten volledig belastingvrij aan uw werknemers ter beschikking stellen. Voorwaarde is dat de kaart mede dient voor zakelijke reizen (waaronder woon-werkverkeer). Voor de vraag tot welk bedrag u dergelijke kaarten belastingvrij kunt vergoeden of verstrekken wordt gekeken naar de daadwerkelijke kosten van de zakelijke reizen. 

Als het huidige wetsvoorstel ook door de Eerste Kamer wordt aangenomen mag u als werkgever vanaf 2024 ov-abonnementen of voordeelurenkaarten voortaan altijd belastingvrij aanbieden als het aannemelijk is dat uw werknemers deze mede gebruiken voor het woon-werkverkeer en/of andere zakelijke reizen. Om in aanmerking te komen voor deze vrijstelling, is een registratie van het privé- en zakelijk gebruik dan niet meer nodig.  

(Bron: Flynth)

Bent u van plan binnenkort een (bestel)auto aan te schaffen? Dan kunt u met de juiste timing heel wat besparen. Zo kunt u een gewone (niet-elektrische) auto het beste nog dit jaar aanschaffen. Voor een elektrische bestelauto lijkt het juist gunstig om deze pas volgend jaar te kopen.

Schaf de auto nog in 2023 aan

Bent u van plan binnenkort een gewone auto aan te schaffen waarbij u aanschafbelasting (bpm) betaalt? Dan raden wij u aan om te overwegen om die auto nog dit jaar te kopen. Want in 2024 gaan de CO2-uitstootgrenzen met betrekking tot de tariefschijven weer dalen. Hierdoor loopt u eerder tegen de hogere bpm-tarieven aan. Ook stijgen de bpm-tarieven in 2024 met 2,35 procent. Dit geldt ook voor dieselvoertuigen.

Wacht tot 2024 met aankoop elektrische bestelauto

Wilt u een elektrische bestelauto aanschaffen? Dan lijkt het juist slimmer om te wachten met de aanschaf tot na de jaarwisseling. In 2024 kunt u immers weer onder voorwaarden gebruikmaken van de Subsidieregeling Emissieloze Bedrijfsauto’s (SEBA). De SEBA-subsidie is maximaal 5.000 euro per bedrijfsauto. Als middelgrote en grote ondernemer ontvangt u met deze regeling tien procent van de netto catalogusprijs bij een voertuigcategorie N1. Deze prijs is exclusief btw, inclusief bpm en opties die de fabrikant of importeur aanbracht voor het kenteken is afgegeven. Bij een voertuigcategorie N2 met een maximumgewicht van 4.250 kilo ontvangt u tien procent van de verkoopprijs zonder btw. Voor kleine ondernemingen en non-profitorganisaties is het subsidiepercentage twaalf procent.

Het SEBA-potje voor 2023 is sinds oktober leeg, maar vanaf dinsdag 9 januari 2024 kunt u een SEBA-aanvraag doen voor de regeling in 2024. Even wachten loont dus!

Let op: Er schuilt nog wel een addertje onder het gras. Bij het voorgaande gaan we er vanuit dat de elektrische bestelauto net als in 2023 ook in 2024 op de Milieulijst staat en ook in aanmerking komt voor de milieu-investeringsaftrek (MIA). Op grond van de MIA kunt u in 2023 over een aankoopbedrag boven 11.000 euro een extra aftrek van 45 procent in uw aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting claimen. Of de MIA ook in 2024 geldt, moet nog blijken uit de Milieulijst 2024, die pas net voor de jaarwisseling wordt verwacht. Komt de elektrische bestelauto in 2024 niet meer in aanmerking voor de MIA, dan kunt u in 2024 weliswaar SEBA-subsidie aanvragen, maar mist u wel de MIA. Het nadeel van dat laatste kan hoger zijn dan het bedrag aan SEBA-subsidie waarvoor u in 2024 in aanmerking kunt komen.

Tip: Opel adverteert op dit moment (8 november 2023) dat u (alleen) bij dat merk nog wél in 2023 kunt profiteren van de SEBA bij aanschaf van een voorraadauto. U hebt dan dus naast SEBA-subsidie ook gegarandeerd recht op MIA, mits u voldoet aan de voorwaarden voor de MIA, waaronder het tijdig aanmelden van de investering bij RVO.

Tip: De staatssecretaris heeft inmiddels laten weten dat de SEBA per 2025 komt te vervallen. Wilt u nog gebruikmaken van deze regeling? Doe dat dan in 2024! Aanvragen kan vanaf dinsdag 9 januari 2024. 

(Bron: Flytnh)

Het jaar 2023 biedt een unieke fiscale kans voor het aftrekken van lijfrentepremies. Medio dit jaar is de nieuwe pensioenwet ingevoerd. Deze maakt het mogelijk om, fiscaal gunstiger dan voorheen, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2023 aanvullend pensioen op te bouwen via lijfrentestortingen. Het blijft natuurlijk wel belangrijk om u af te vragen: past lijfrente bij de wensen en doelen die u hebt voor uw pensioen?  

Flinke verruiming aftrek lijfrentepremies

Op 1 juli 2023 is de nieuwe pensioenwet in werking getreden. Deze wet biedt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2023 meer ruimte om fiscaal gunstig aanvullend pensioen op te bouwen.  
Er mag vanaf 2023 tot dertig procent van de premiegrondslag worden afgetrokken aan lijfrentepremies, dit noemen we de jaarruimte. Voorheen was de jaarruimte 13,3 procent. Daarnaast is inleg toegestaan tot vijf jaar na het bereiken van de AOW-leeftijd.  
Ook het gebruik van de reserveringsruimte is verruimd. Tot 2022 kon u via de reserveringsruimte de niet-gebruikte jaarruimte over de achterliggende zeven jaar inhalen. Die periode is nu met terugwerkende kracht verlengd van zeven jaar naar tien jaar. De maximale reserveringsruimte is daarbij verruimd naar 38.000 euro. 

Tip: Hebt u te maken met een pensioengat? Dan kan het interessant zijn om een lijfrente af te sluiten om uw tekort aan te vullen. 

Tip: Een grote lijfrentestorting is aftrekbaar van uw belastbare inkomen in box 1 en de storting verlaagt ook uw eventuele belastbare inkomen van box 3. Mogelijk hebt u daardoor ook meer recht op zorg-, huur- en kinderopvangtoeslag. 

Tip: U hebt de keuze of u in het kalenderjaar eerst zoveel mogelijk de jaarruimte wilt benutten of juist de reserveringsruimte. Door eerst de reserveringsruimte te benutten en pas daarna de jaarruimte, kunt u voorkomen dat de niet-gebruikte jaarruimte in voorgaande jaren ‘verdampt’. In de aangifte over 2023 kunt u de nog niet eerder gebruikte jaarruimtes uit 2013 tot en met 2022 inhalen. In 2023 vervalt de eventuele niet-gebruikte jaarruimte uit 2013 definitief 

Tip: Hebt u in de afgelopen vijf jaar lijfrentepremies betaald zonder de premies op te geven in uw aangifte inkomstenbelasting en staat de aanslag al vast? Dan kunt u tot uiterlijk 31 december 2023 een verzoek tot vermindering indienen bij de inspecteur van de Belastingdienst.  

Lijfrente passend bij uw financiële doelen?

De verruimingen brengen een interessante fiscale kans met zich mee. Voordat u besluit om hier gebruik van te maken, raden we u aan om goed na te denken over wat uw doel is met het storten van lijfrente. Lijfrenteproducten hebben fiscale voorwaarden en zijn daardoor beperkt flexibel. Het kan gunstiger zijn om op een andere manier inkomen voor na uw pensioen op te bouwen.  

(Bron: Flyth)

Veel activiteiten die vroeger alleen fysiek op locatie plaatsvonden vinden tegenwoordig online plaats. Bijvoorbeeld onderwijs op afstand, maar ook concerten en bijvoorbeeld een museumbezoek. Worden die activiteiten fysiek op locatie verricht dan is btw verschuldigd in het land waar de afnemer fysiek naar toe moet om de dienst af te nemen. Hoe zit dat indien sprake is van online activiteiten? 

Type dienst van belang voor btw-aangifte

Van belang is wat voor soort dienst wordt verricht en of de afnemer een ondernemer of particulier is. Dit artikel gaat over het online verrichten van culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- en soortgelijke activiteiten

Elektronische diensten

Allereerst is van belang wat voor soort dienst wordt verricht. Indien geen sprake is van interactie en de dienst automatisch wordt verricht via het internet dan zal sprake zijn van een elektronische dienst. Deze dienst is belast daar waar de afnemer is gevestigd. Hierbij kan de dienstverrichter de btw verleggen naar de afnemer (waardoor die afnemer de btw is verschuldigd) indien de afnemer een ondernemer is en hij niet in het land van de afnemer is gevestigd. Is de afnemer een particulier dan is de dienstverrichter de btw verschuldigd. Is hij niet gevestigd in het land van de afnemer dan kan hij de btw in eigen land aangeven via de One Stop Shop. 

Culturele e.d. diensten

Is sprake van interactie dan is geen sprake van automatische dienstverlening en zal van een elektronische dienst waarschijnlijk geen sprake zijn. Culturele e.d. diensten zijn belast daar waar zij materieel worden verricht. Gaat het om een dienst aan een ondernemer dan is nog vereist dat sprake is van het verlenen van toegang tot een evenement. Deze diensten zijn belast daar waar de dienst materieel wordt verricht. 

Culturele e.d. diensten B2C 
In een situatie waarin online vermakelijkheidsdiensten worden verricht aan consumenten heeft het Hof van Justitie in 2019 in de zaak Geelen geoordeeld dat de plaats waar de dienst materieel wordt verricht de plaats is waar de organisator is gevestigd. Het Hof van Justitie deed dit in een casus waarin de afnemers zich ook in het land van de dienstverrichter bevonden. De vraag is daarom of tot dezelfde conclusie wordt gekomen indien de afnemers zich in andere land bevinden. Er hebben zich in de praktijk al situaties voorgedaan waarin de belastingdienst een ander standpunt inneemt dan in de rechtspraak. Ook het btw-comite heeft een ander standpunt ingenomen als het Hof van Justitie. 

Culturele e.d. evenementen B2B 
Over een situatie waarin de afnemer een ondernemer is, heeft het Hof van Justitie recent geoordeeld in de zaak Westside Unicat. Volgens het Hof van Justitie is alleen sprake van het toegang verlenen tot het evenement wanneer een ondernemer zowel de inhoud van het evenement organiseert als toegang verleend. Een ondernemer die dus alleen de inhoud ter beschikking stelt aan een andere ondernemer die vervolgens toegang verleent, valt dus niet onder de bijzondere regeling voor evenementen. Zijn diensten zijn belast in het land waar zijn afnemer is gevestigd indien dat een ondernemer is. Wordt wel toegang verleend en de inhoud verzorgd dan is de dienst belast daar waar de dienst materieel wordt verricht. Ook hier geldt dat er onduidelijkheid bestaat over waar die dienst dan is belast. 

(Bron: BDO)