Raad van State uiterst kritisch over het wetsvoorstel strategisch personeelsbeleid funderend onderwijs

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft op 17 december 2025 het advies vastgesteld over het wetsvoorstel strategisch personeelsbeleid en arbeidsmarktmaatregelen. Het advies is op 22 december 2025 gepubliceerd op de website van de Raad van State.

Inhoud van het wetsvoorstel

Met het wetsvoorstel wil de regering de continuïteit en kwaliteit van het funderend onderwijs waarborgen, goed werkgeverschap stimuleren en het lerarentekort aanpakken. Hiervoor bevat het wetsvoorstel twee onderdelen. Allereerst worden schoolbesturen verplicht om strategisch personeelsbeleid te voeren, dat is gericht op bevordering van vakbekwaamheid, duurzame inzetbaarheid en het behoud van onderwijspersoneel. Daarnaast wil de regering met arbeidsmarktmaatregelen duurzame arbeidsrelaties van leraren stimuleren om het beroep van leraar aantrekkelijker te maken en de continuïteit van het onderwijs te waarborgen.

Probleemanalyse en probleemaanpak

De Afdeling advisering onderkent dat het lerarentekort schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs voor grote uitdagingen stelt. Het is begrijpelijk dat de regering behulpzaam wil zijn om dit tekort te verminderen, maar dan moet wel duidelijk zijn dat de gekozen aanpak noodzakelijk, geschikt en effectief is.

Strategisch personeelsbeleid is een waardevol instrument voor schoolbesturen om de continuïteit en kwaliteit van het onderwijs te waarborgen. Maar het invoeren van een verplichting voor strategisch personeelsbeleid moet wel worden afgewogen tegen de vrijheid en verantwoordelijkheid van schoolbesturen om dit zelf te kunnen inrichten. Het wetsvoorstel neemt de deels praktische belemmeringen die schoolbesturen daarbij tegenkomen, niet weg. Ook vergroot de verplichting de administratieve last op schoolbesturen en is onvoldoende aandacht besteed aan andere manieren waarop de regering schoolbesturen kan ondersteunen om van strategisch personeelsbeleid werk te maken. Daarom is het advies aan de regering om de wettelijke verplichting voor strategisch personeelsbeleid te heroverwegen.

Ook bij de arbeidsmarktmaatregelen ontbreekt een dragende motivering voor de noodzaak, geschiktheid en effectiviteit. Schoolbesturen worden met deze maatregelen beperkt in hun mogelijkheden om in de huidige arbeidsmarkt flexibel in te spelen op ontwikkelingen en om gaten in het personeelsbestand zo goed mogelijk te dichten. Tijdelijke financiering en incidentele behoefte aan expertise zorgen ervoor dat schoolbesturen sterker leunen op tijdelijke arbeidsovereenkomsten en externe inhuur. De Afdeling adviseert daarom de noodzaak, geschiktheid en effectiviteit van de arbeidsmarktmaatregelen dragend te motiveren en anders het wetsvoorstel te heroverwegen.

Daarnaast is het advies aan de regering om nader toe te lichten hoe de arbeidsmarktmaatregelen zich verhouden tot de bestaande cao-afspraken en het recht op collectief onderhandelen.

Conclusie

De Afdeling adviseert de regering daarom het wetsvoorstel niet bij de Tweede Kamer in te dienen, tenzij het voorstel is aangepast.

(Bron: Raad van State)

Normenkader informatiebeveiliging en privacy in het onderwijs

Totstandkoming

Het Normenkader IBP is ontwikkeld in samenwerking met het onderwijs en op initiatief van het ministerie van OCW, Kennisnet, SIVON, de PO-Raad en de VO-raad. Daarnaast is de samenwerking gezocht met zowel SURF als MBO Digitaal. Hierdoor werkt gehele onderwijssector toe naar dezelfde standaard voor informatiebeveiliging en privacy.

Achtergrond

Het normenkader is gebaseerd op modellen van de Nederlandse Beroepsvereniging van Accountants (NBA) en SURF. Het onderdeel Informatiebeveiliging is gebaseerd op het model van de NBA. Dit model wordt ook door SURF gehanteerd. Het onderdeel Privacy komt voort uit het SURFaudit Toetsingskader Privacy, dat is afgeleid van het “Borgingsproduct AVG” van de IBD/VNG. Het Toetsingskader[1]  valt onder de licentie Naamsvermelding-Niet Commercieel-Gelijk Delen 4.0 Internationaal.

Vragen?

Kennisnet is verantwoordelijk voor de doorontwikkeling en het beheer van het Normenkader IBP. Vanzelfsprekend werken we nauw samen met SIVON, de PO-Raad en VO-raad. Heb je een vraag of opmerking over het Normenkader IBP? Neem dan contact op via ibp@kennisnet.nl.

Programma Digitaal Veilig Onderwijs

Met het programma Digitaal Veilig Onderwijs bundelen het ministerie van OCW, Kennisnet, SIVON, de PO-Raad en de VO-raad hun krachten voor een onderwijssector waarin iedere leerling digitaal veilig kan leren en medewerkers digitaal veilig kunnen werken. Het programma biedt schoolbesturen heldere leidraden en een concreet ondersteuningsaanbod. Het programma stimuleert ook dat leveranciers hun productportfolio in lijn brengen met het normenkader. Zo kunnen scholen voldoen aan hun verantwoordelijkheid om een digitaal veilige organisatie te realiseren. Stap voor stap, Bit by Bit.

Heeft u als funderend onderwijsinstelling al een meerjarenonderhoudsplan (mjop)?

Op dit moment ligt er in de Eerste Kamer een wetsvoorstel voor welke schoolbesturen verplicht om een meerjarenonderhoudsplan vast te stellen. Daarnaast wordt het voor de gemeente verplicht om een integraal huisvestingsplan vast te stellen. Houd daarom de ontwikkeling van deze wet goed in de gaten, om tijdig een onderhoudsplan op te kunnen stellen als dit verplicht wordt voor uw school. Het is nog niet zeker of de wet aangenomen wordt, maar de kans lijkt groot.

Met dit wetsvoorstel wordt het stelsel van onderwijshuisvesting geoptimaliseerd waardoor gemeenten worden verplicht om een integraal huisvestingsplan (IHP) vast te stellen en schoolbesturen worden verplicht een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) vast te stellen. Daarnaast wordt het begrip renovatie toegevoegd aan de voorzieningen in de huisvesting waar de gemeenten voor verantwoordelijk zijn en wordt in het primair onderwijs, in lijn met het voortgezet onderwijs, mogelijk gemaakt om exploitatieoverschotten te investeren in huisvesting.

Aanleiding voor het voorstel zijn de aanbevelingen die gedaan zijn in het rapport van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Onderwijshuisvesting funderend onderwijs om het stelsel van onderwijshuisvesting beter te laten werken. (TK 35.570 VIII, nr. 213). Het overkoepelende doel is dat gemeenten en schoolbesturen tot een meer planmatige en doelmatige aanpak van bouw, beheer en onderhoud van schoolgebouwen in het funderend onderwijs komen.

Onderwijsinstelling en oudere statuten? Deadline 1 juli 2026

Op 1 juli 2021 is de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) ingevoerd. In deze wet zijn specifieke nieuwe regels opgenomen over het bestuur en toezicht bij verenigingen en stichtingen. Voor het aanpassen van de statuten is een overgangsregeling opgenomen in de wet tot 1 juli 2026. Dit betekent dat regelingen in de statuten die strijdig zijn met deze wet niet meer geldig zijn.

In (oudere) statuten kan het zijn dat een bestuurder meer heeft dan de rest van het bestuur samen. Met ingang van de WBTR mag dit niet meer, vanwege het feit dat één bestuurder zijn zin dan kan doordrukken. Is deze regeling nog opgenomen in de statuten dan vervalt deze regeling automatisch per 1 juli 2026 of eerder indien er een statutenwijziging is geweest.

Het is niet verplicht om vóór 1 juli 2026 de statuten te wijzigen, maar het is wél verstandig om de statuten tijdig te laten controleren op dit punt en op andere punten. Zo voorkom je verrassingen bij besluitvorming en weet je zeker dat je organisatie juridisch goed in elkaar zit. Wel is het verplicht om bij de eerstvolgende statutenwijziging in de statuten op te nemen een regeling voor als het gehele bestuur, tijdelijk of permanent, uitvalt (bijvoorbeeld vanwege ziekte, overlijden of ontslag  of omdat het hele bestuur is opgestapt).

Vereenvoudiging aanvraag Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) – Stand van zaken 2026

In juni 2023 heeft BRAVO een brief gestuurd aan de beleidsdirectie Primair Onderwijs van het ministerie van OCW. In deze brief vroegen wij aandacht voor de problemen die schoolorganisaties ervaren bij de aanvraag van de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Met name rondom invalkrachten blijkt het in de praktijk vaak niet haalbaar om tijdig een VOG te verkrijgen. Hierdoor kunnen beschikbare kandidaten niet worden ingezet en komt het zelfs voor dat klassen naar huis moeten worden gestuurd. Daarnaast vormt de huidige procedure een aanzienlijke administratieve belasting voor werkgevers, administratiekantoren en accountants.

BRAVO pleitte daarom voor een vereenvoudigde aanvraagprocedure, waaronder de mogelijkheid van continue screening, zoals al gebruikelijk is in de kinderopvang.

Sinds de oproep van BRAVO zijn diverse stappen gezet door het ministerie om de VOG‑systematiek in het funderend onderwijs te verbeteren en te moderniseren.

1. Inventarisatie en beleidsvorming afgerond
Het ministerie heeft de toegezegde inventarisatie uitgevoerd naar mogelijkheden om de VOG‑systematiek beter aan te laten sluiten op die van de kinderopvang. Uit deze inventarisatie blijkt dat een aanscherping van de VOG‑systematiek noodzakelijk is om veiligheidsrisico’s in het onderwijs verder te verkleinen. 

2. VOG‑Kinderopvang (VOG‑KO) als mogelijke vereenvoudiging
Een belangrijke oplossingsrichting is dat medewerkers in het primair onderwijs kunnen volstaan met een VOG‑Kinderopvang (VOG-KO). Volgens het ministerie en betrokken ketenpartners (Justis, JenV en SZW) is dit de eenvoudigste en snelst te realiseren maatregel om de administratie te verlichten en procedures te versnellen. Deze optie wordt verder uitgewerkt.

3. Onderzoek naar continue screening
Het kabinet onderzoekt actief hoe continue VOG‑screening kan worden ingevoerd in het funderend onderwijs, naar voorbeeld van de kinderopvang. Continue screening biedt structurele voordelen: het verhoogt de veiligheid én vermindert de administratieve lasten voor werkgevers aanzienlijk.
Ook organisaties zoals de PO-Raad pleiten al langer voor deze modernisering, omdat het administratieve processen vereenvoudigt en beter aansluit bij de praktijk van invalkrachten.

4. Nieuwe verantwoordingsplicht vanaf verslagjaar 2024
Vanaf verslagjaar 2024 moeten schoolbesturen in hun bestuursverslag verantwoording afleggen over de (tijdige) aanwezigheid van VOG’s. Dit vervangt de eerdere jaarlijkse verplichte controle door instellingsaccountants. Hiermee verandert de werkdruk en verantwoordelijkheid rond VOG‑controle binnen organisaties. 

5. Aangescherpte norm bij indiensttreding
Het ministerie benadrukt dat (inval)leerkrachten niet aan hun werkzaamheden mogen beginnen zonder geldige VOG. Ondanks de eerder gesignaleerde knelpunten blijft deze norm gehandhaafd en wordt deze strikter gecommuniceerd aan schoolbesturen. 

6. VOG‑verplichting uitgebreid per 1 januari 2025
Sinds 1 januari 2025 geldt de VOG‑plicht ook voor werknemers in het aanvullend onderwijs, zoals bijlesdocenten, huiswerkbegeleiders en trainers die in of nabij het schoolgebouw actief zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuur.

Waardering en samenwerking
Het ministerie blijft de inzet van BRAVO zeer waarderen. Onze signalen over de administratieve lasten en knelpunten bij de VOG‑aanvraag worden nadrukkelijk meegenomen in de beleidsontwikkeling. De gezamenlijke ambitie is en blijft: een veiligere schoolomgeving met zo min mogelijk administratieve druk voor onderwijsorganisaties.

Vervolg
Zodra er meer duidelijkheid is over de uiteindelijke inrichting van de VOG‑systematiek, waaronder de mogelijke invoering van continue screening en/of de VOG‑KO als standaard, zal BRAVO dit opnieuw communiceren via de website.

(Bron: BRAVO)

Raad van State geeft scholen gelijk in hoger beroep over onvoldoende bekostiging in 2022

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 25 maart 2026 uitspraak gedaan in het hoger beroep over de toekenning van te weinig bekostiging in de periode augustus – december 2022. De schoolorganisaties zijn volledig in het gelijk gesteld. 

De Raad van State heeft de eerdere uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland bevestigd: OCW heeft zich niet gehouden aan de wettelijke plicht om schoolorganisaties voldoende financiële middelen toe te kennen om de uitgaven en inkomsten in balans te houden. De staatssecretaris van onderwijs was in hoger beroep gegaan tegen de uitspraak van de rechtbank. Zij heeft echter geen gelijk gekregen van de Raad van State.

Hoe zat het ook alweer?

Voor de laatste vijf maanden van 2022 heeft de toenmalige minister van onderwijs de schoolorganisaties een beschikking gegeven van 34,55% van de bekostigingsnorm van dat jaar. De schoolorganisaties hadden in die periode daarentegen te maken met substantieel hogere lasten ter grootte van 5/12e (= 41,67%). In eerdere jaren was dit ook het geval, maar dan werd het verschil door de minister in het volgende jaar gecompenseerd. Door de invoering van een nieuwe manier van bekostigen hebben scholen de compensatie in 2023 niet ontvangen. Zij kregen daardoor te maken met een tekort van 7,12 procentpunt van hun bekostiging.

In 2023 hebben 222 schoolorganisaties uit het primair onderwijs een gezamenlijk beroep ingesteld bij de rechtbank Midden-Nederland tegen dit tekort aan bekostiging. Zij gaven aan dat ze forse schade hebben opgelopen. Zo hebben sommige schoolorganisaties personeel moeten ontslaan en investeringen moeten uitstellen, met gevolgen voor de kwaliteit van het onderwijs voor de leerlingen. De Raad van State heeft dit nu ook erkend en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

De PO-Raad is blij met de uitspraak van de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de belangen van de leerlingen serieus genomen. Schoolorganisaties moeten kunnen rekenen op een stabiele bekostiging en een betrouwbare overheid. Het advocatenkantoor Stibbe en de collega’s uit de kerngroep hebben hard gewerkt om dat zichtbaar te maken voor de rechters. 

We wachten nu op een reactie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op de uitspraak. We houden dat nadrukkelijk in de gaten en laten weten als er meer bekend is over hoe het ministerie gevolg geeft aan deze uitspraak.

(Bron: PO Raad)

Scholen kunnen weer subsidie aanvragen voor programma Ontwikkelkracht

Scholen in het primair en voortgezet onderwijs kunnen tot 26 juni 2026, 16.00 uur subsidie aanvragen voor het programma Ontwikkelkracht voor schooljaar 2026/2027. Dit programma is opgezet om de kwaliteit van het onderwijs duurzaam te verbeteren door de kracht van de onderwijspraktijk te verbinden met inzichten uit onderzoek. Voor scholen die mee willen doen aan een leertraject van een expertiseschool is er daarnaast een extra subsidieronde vanaf 1 oktober 2026 om 9.00 uur tot 28 november 2026 om 16.00 uur.

Voor alle details over de subsidieregeling, voorwaarden en het aanvraagproces kunnen scholen terecht op de website van Ontwikkelkracht.

De subsidie voor het programma Ontwikkelkracht is een van de vele aanvullende bekostiging en landelijke subsidies voor het primair onderwijs. Op deze website vind je elke maand een bijgewerkt overzicht met aanvullende bekostiging en landelijke subsidies.

(Bron: PO Raad)

Aanpassingen WNT-regeling voor onderwijsinstellingen 2026 

Bedragen bezoldigingsmaxima 

Jaarlijks rond in november worden de bezoldigingsmaxima die voor onderwijsinstellingen gelden per klasse aangepast. Recent zijn de bedragen voor 2026 gepubliceerd in de Staatscourant. Deze bedragen kunt u aanhouden bij het vaststellen van de van toepassing zijnde klasse en voor de bepaling van de eventuele indexatie van de beloning van bestuurders in loondienst en toezichthouders. 

Klasse Maximum 2026 Maximum 2025 
A € 156.000 € 146.000 
B € 175.000 € 164.000 
C € 187.000 € 175.000 
D € 204.000 € 191.000 
E € 222.000 € 208.000 
F € 238.000 € 223.000 
G € 262.000 € 246.000 

De bezoldiging van toezichthouders blijft gemaximeerd op 15% van deze bedragen voor de voorzitter van het toezichthoudend orgaan en op 10% voor de overige leden.  

Naast de bezoldigingsmaxima voor topfunctionarissen in loondienst, zijn ook de maximale bedragen voor topfunctionarissen zonder dienstbetrekking voor de eerste 12 kalendermaanden waarin zij de topfunctie vervullen, gepubliceerd.   

Jaar 2026 2025 
Maximale uurtarief € 250 € 235 
Bedrag per maand 1-6 € 34.800 € 32.700 
Bedrag per maand 7-12 € 26.500 € 24.900 

WNT-verantwoording 

Voor de WNT-verantwoording gelden enkele geringe aanpassingen.  

Publicatie op de website 

Voor de WNT-verantwoording geldt al jaren de verplichting om deze jaarlijks voor 1 juli op de eigen website te publiceren. In een beperkt aantal gevallen geldt een publicatievrijstelling. Bijvoorbeeld als de loonsom onder een bepaald bedrag blijft. Tot op heden hoefde niet vermeld te worden dat gebruik gemaakt wordt van een publicatievrijstelling. Vanaf 2026 moeten instellingen die onder de WNT-vallen, maar gebruik maken van een publicatievrijstelling expliciet op hun website vermelden dat ze gebruik van van een vrijstelling. Dit is gedaan om verwarring te voorkomen bij belanghebbenden die een WNT-verantwoording zouden verwachten te vinden.  

Vrijwilligersvergoeding 

De eerste wijziging gaat over het drempelbedrag voor bestuurders die een lage vergoeding ontvangen waardoor het verkorte model gebruikt mag worden. Dit bedrag is in lijn met de aanpassing van de fiscale wetgeving voor vrijwilligersvergoedingen, vanaf 2026 verhoogd van € 2.100 naar € 2.200. Voor topfunctionarissen die in 2026 maximaal € 2.200 ontvangen hoeft alleen de naam en de functie genoemd te worden.  

Bepaling deeltijdfactor 

De omvang van het dienstverband wordt volgens vast gebruik uitgedrukt in een deeltijdfactor. Voor de manier waarop de deeltijdfactor bepaald moet worden zijn al een heel aantal jaren rekenregels opgesteld. Met ingang van 1 januari 2026 is daar de expliciete bepaling aan toegevoegd dat bij de berekening van de deeltijdfactor in principe altijd uitgegaan mag worden van de formeel vastgelegde of overeengekomen deeltijdfactor. Behalve als bekend is of redelijkerwijs bekend had kunnen en moeten zijn dat de werkelijke deeltijdfactor afwijkt van de formele deeltijdfactor. De correctie wordt niet uitgevoerd als sprake is van enkele uitzonderingen: 

  • Er is sprake van het opnemen van vakantie- of compensatiedagen die gedurende het dienstverband zijn opgebouwd en die voldoen aan een paar kenmerken: 
  • Ze vloeien voort uit een wettelijk voorschrift; 
  • Ze vloeien rechtstreeks en dwingend voort uit een cao of andere collectieve regeling; of 
  • Als de situatie onder b niet van toepassing is: de omvang van de dagen is maximaal 8x de overeengekomen arbeidsduur per week. 
  • Er is sprake van het opnemen van vakantie- en compensatiedagen die gespaard zijn op grond van een regeling voor spaarverlof; 
  • Er is sprake van zwangerschaps-, bevallings-, adoptie-, pleegzorg-, kort verzuim-, geboorte-, kort- of langdurend zorg-, of ouderschapsverlof; 
  • Er is sprake van een sabbatical die gebaseerd is op een cao of andere collectieve regeling; 
  • Er is sprake van schorsing als ordemaatregel; 
  • Er is sprake van doorbetaling tijdens ziekte of langdurige arbeidsongeschiktheid; 
  • Er is sprake van het uitvoeren van werkzaamheden bij of voor een andere rechtspersoon binnen dezelfde groep of concern.  

(Bron: Van Ree)

DUO geeft details over terugdraaien generieke korting samenwerkingsverbanden 2023

DUO maakte op 21 mei 2025 bekend hoe ze de herziening van de generieke korting voor samenwerkingsverbanden zal verwerken. Eind april kondigde de staatssecretaris aan dat ze de generieke korting terugdraait op de beschikkingen voor zware ondersteuning in 2023.

De beschikkingen zware ondersteuning van 21 november 2023 worden herzien. Dit zal in de meeste gevallen leiden tot een nabetaling in de maand juli.

  • Voor samenwerkingsverbanden primair onderwijs gaat het € 13,50 per leerling (telling 1 februari 2022).
  • Voor samenwerkingsverbanden voortgezet onderwijs gaat het om € 12,50 per leerling (telling 1 oktober 2022).

De herberekening heeft ook gevolgen voor eventuele ontvangen compensatie. De regeling aanvullende bekostiging generieke korting swv-en wordt ingetrokken. Het in november 2023 ontvangen bedrag wordt verrekend met bovenstaande nabetaling in de maand juli.

Er is bijzondere aandacht voor scholen binnen samenwerkingsverbanden die, als gevolg van de uitputting van het budget zware ondersteuning in 2023, werden gekort op de lumpsum bekostiging. Deze scholen ontvangen eveneens een nabetaling omdat het verschil tussen het budget zware ondersteuning en de afdracht zware ondersteuning voor 2023 wijzigt. Indien samenwerkingsverbanden destijds de betreffende scholen (deels) hebben gecompenseerd voor de korting op hun lumpsum, zullen ze hierover opnieuw afspraken moeten maken.

(Bron: PO Raad)

Verantwoording mbt VOG’s

Met ingang van 2024 is de verplichte controle op de VOG door de accountant komen te vervallen. Hiervoor in plaats daarvan kunt u als onderwijsinstelling aan de accountant een vrijwillige opdracht geven voor de controle op de tijdige aanwezigheid van de VOG.

Met ingang van 2024 dient een verantwoording van de tijdige aanwezigheid van de VOG in het bestuursverslag aanwezig te zijn. De Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs (RJO) wordt hiervoor nog aangepast. Vooruitlopend op definitieve aanpassing en ondertekening door de minister geven we inhoudelijke wijzigingen hieronder alvast door.

Opnemen in het bestuursverslag

Tabel tijdige verantwoording  verklaring omtrent het gedrag

Hierbij moet aangeven worden of u aan de accountant opdracht gegeven heeft om de werkzaamheden uit te voeren, zoals die zijn opgenomen in bijlage IV bij het Onderwijsaccountantsprotocol inzake de tijdige aanwezigheid van de VOG in het verslagjaar. Het bestuur licht eventueel toe waarom een VOG niet of niet tijdig aanwezig is geweest en wat het beleid gericht op tijdige aanwezigheid van de VOG inhoudt. Deze toelichting is niet verplicht.

Verplichting

Deze plicht met betrekking tot de VOG geldt voor de volgende personen:

Primair onderwijs (WPO en WEC):

  • Leerkrachten;
  • Personen die onderwijsondersteunende werkzaamheden verrichten;
  • (Adjunct) Directeuren;
  • Personen belast met tussenschoolse opvang.

Voortgezet onderwijs (WVO):

  • Alle personen met een benoeming

Middelbaar Beroepsonderwijs (WEB)

  • Docenten
  • Personen die onderwijsondersteunende werkzaamheden verrichten
  • Overige personeelsleden

In het HO geldt geen VOG-plicht.

VOG voor vrijwilligers

Een VOG is in beginsel niet verplicht voor vrijwilligers, met uitzondering van degene die toezicht houdt tijdens de tussenschoolse opvang waarvoor wel een VOG nodig is. Het maakt daarbij niet uit of de vrijwilliger slechts incidenteel of periodiek op de school is. Als schoolbestuur kunt u overigens wel altijd zelf bepalen dat u van vrijwilligers toch een VOG willen ontvangen. Maar dit is niet wettelijk verplicht. Personen, waarvoor de VOG niet wettelijk verplicht is, moeten niet in bovenstaande verantwoording meegenomen worden.